De diameter van een contactlens is de afstand van de ene kant van de lens naar de andere, dwars door het midden gemeten. Deze waarde wordt uitgedrukt in millimeters en afgekort als DIA. Je vindt de diameter altijd terug in je lensvoorschrift, naast andere waarden zoals sterkte en basiscurve.
De diameter bepaalt hoe groot de lens fysiek is en hoe deze op je oog past. Zachte contactlenzen hebben doorgaans een diameter tussen 13,8 en 14,5 millimeter, terwijl vormstabiele lenzen kleiner zijn, meestal tussen 9,0 en 10,0 millimeter. De juiste diameter zorgt ervoor dat de lens goed op je hoornvlies ligt en voldoende bewegingsruimte heeft bij knipperen.
De diameter wordt door je opticien of optometrist bepaald tijdens het aanmeten van je lenzen. Deze keuze is gebaseerd op de grootte en vorm van je oog, het type lens en je draagcomfort. Een te grote of te kleine diameter kan invloed hebben op hoe de lens zit en beweegt.