Myopie, ook wel bijziendheid of kortzichtigheid genoemd, is een veelvoorkomende refractie-afwijking waarbij je dichtbij scherp kunt zien, maar objecten in de verte wazig zijn. Het ontstaat doordat het oog te lang is of de brekingskracht van het hoornvlies en de ooglens te sterk is. Hierdoor valt het beeld van verafgelegen objecten niet precies op het netvlies, maar ervoor.
Bij myopie wordt de sterkte uitgedrukt in negatieve dioptrieen, bijvoorbeeld -2,00 of -4,50. Hoe hoger het getal, hoe sterker de bijziendheid en hoe waziger de verte zonder correctie. Myopie kan zich ontwikkelen in de kindertijd of puberteit en kan in sommige gevallen nog toenemen tot in de vroege volwassenheid.
De afwijking wordt gecorrigeerd met een negatieve lens, die het licht iets uiteenspreidt zodat het beeld weer precies op het netvlies valt. Dat kan met een bril, contactlenzen of soms een refractieve ingreep.