Bijziendheid, ook wel myopie genoemd, is een veelvoorkomende refractie-afwijking waarbij je objecten dichtbij scherp ziet, maar alles in de verte wazig of onscherp wordt. Dit gebeurt doordat het oog iets te lang is van voor naar achter, of doordat de brekingskracht van het hoornvlies en de ooglens te sterk is. Hierdoor valt het licht dat het oog binnenkomt net vóór het netvlies samen in een scherp punt, in plaats van precies op het netvlies zelf.
Het gevolg is dat verafgelegen voorwerpen, zoals verkeersborden, gezichten aan de overkant van de straat of tekst op een schoolbord, wazig overkomen. Tekst in een boek of op je telefoon zie je daarentegen vaak nog prima scherp. Bijziendheid wordt uitgedrukt in negatieve dioptrieen, bijvoorbeeld -2,00 of -4,50. Hoe hoger het getal, hoe sterker de bijziendheid en hoe waziger de verte zonder correctie.
Bijziendheid komt vaak al in de jeugd of tienerjaren naar voren en kan in de loop van de jaren toenemen, totdat het oog is uitgegroeid. Bij sommige mensen stabiliseert de sterkte in de vroege volwassenheid, bij anderen kan de bijziendheid ook later nog iets veranderen. De afwijking is erfelijk bepaald en komt vaker voor als een of beide ouders bijziend zijn, maar ook omgevingsfactoren zoals veel dichtbij werk en weinig buitenactiviteit worden in verband gebracht met de ontwikkeling ervan.