Myopiecontrole, ook wel myopie management genoemd, omvat verschillende methoden die zijn bedoeld om de toename van bijziendheid bij kinderen en jongeren te vertragen. Bijziendheid ontstaat meestal doordat de oogbol te lang groeit, waardoor het beeld voor het netvlies valt in plaats van erop. Vooral in de groei- en ontwikkelingsjaren kan deze verlenging van de oogbol snel toenemen, wat leidt tot een steeds sterkere bril of lenscorrectie.
De afgelopen jaren is er meer aandacht gekomen voor manieren om die progressie te beïnvloeden. Myopiecontrole richt zich op het afremmen van de groei van de oogbol, zodat de bijziendheid minder snel toeneemt. Dat gebeurt niet met een gewone bril of standaard contactlens, maar met specifieke optische hulpmiddelen of soms met medicatie.
Er zijn verschillende benaderingen:
- Speciale contactlenzen: multifocale zachte lenzen of orthokeratologie-lenzen (nachtlenzen) die de lichtval op het netvlies zo aanpassen dat de prikkel tot verdere groei van de oogbol vermindert.
- Speciale brillenglazen: glazen met een aangepaste optische zone die de perifere beeldvorming beïnvloeden.
- Atropine-oogdruppels: in lage dosering, op recept, die de groei van de oogbol kunnen vertragen. Dit is een geneesmiddel en wordt alleen voorgeschreven door een oogarts.
Myopiecontrole wordt meestal gestart bij kinderen tussen ongeveer 6 en 14 jaar, omdat de oogbol in die periode het snelst groeit. De keuze voor een bepaalde methode hangt af van de leeftijd, de mate van bijziendheid, de leefstijl en de voorkeur van het kind en de ouders, en wordt altijd gemaakt in overleg met een opticien, optometrist of oogarts.