Wanneer je voor het eerst contactlenzen draagt of overschakelt naar een ander type lens, heeft je oog tijd nodig om aan het nieuwe gevoel te wennen. Die periode heet de gewenningsperiode. Het hoornvlies en de oogleden registreren de lens als een vreemd voorwerp, en het duurt even voordat je hersenen dat signaal op de achtergrond plaatsen.
In de eerste uren of dagen kan je de lens nog bewust voelen zitten, kan je zicht iets wazig zijn of kunnen je ogen wat tranen. Dat is normaal en hoort bij het aanpassingsproces. De lengte van de gewenningsperiode verschilt per persoon en hangt af van het type lens, het materiaal en hoe gevoelig je ogen zijn.
Bij zachte lenzen duurt de gewenning meestal korter dan bij harde, vormvaste lenzen. Zachte lenzen zijn flexibel en passen zich aan de vorm van je oog aan, waardoor je ze vaak al na een paar uur nauwelijks meer voelt. Harde lenzen bewegen meer op het oog en vragen meer tijd, soms een paar weken, voordat je ze comfortabel vindt.
Ook multifocale of torische lenzen kunnen een langere gewenning vragen, omdat je oog en hersenen moeten leren omgaan met de verschillende zones in de lens of de stabiele stand die nodig is bij astigmatisme.