De sclera is het ondoorzichtige, witte buitenste vlies dat ongeveer vijf zesde van het oogoppervlak bedekt. Het vormt samen met het doorzichtige hoornvlies de buitenste laag van je oogbol. Waar het hoornvlies aan de voorkant van je oog zit en licht doorlaat, neemt de sclera de rest van de oogbol voor zijn rekening en zorgt voor stevigheid en bescherming.
De sclera bestaat uit stevig bindweefsel, vooral collageenvezels, die het oog zijn karakteristieke witte kleur geven. Het weefsel is relatief dik, ongeveer een halve tot een hele millimeter, en vormt een beschermende schil rond de kwetsbare binnenstructuren zoals het netvlies, de lens en het glasvocht. Aan de achterkant van het oog loopt de oogzenuw door de sclera naar buiten, via een opening die de lamina cribrosa wordt genoemd.
Aan de buitenkant wordt de sclera bedekt door het bindvlies, een dun slijmvlies dat ook de binnenkant van je oogleden bekleedt. Aan de binnenkant grenst de sclera aan het vaatvlies, het middelste laagje van de oogwand dat onder andere de iris en het stralenlichaam bevat. De sclera zelf bevat weinig bloedvaten, waardoor het weefsel zijn witte kleur behoudt.
De stevigheid van de sclera is belangrijk voor de oogdruk: het weefsel houdt de vorm van de oogbol in stand, ook wanneer de druk in het oog iets fluctueert. Bij sommige aandoeningen of door veroudering kan de sclera dunner worden of verkleuren, maar bij de meeste mensen blijft het oogwit gedurende het hele leven stevig en wit.