De sagittale hoogte, vaak afgekort als SAG, beschrijft de vorm en het profiel van een contactlens. Het is de afstand tussen het midden van de binnenkant van de lens en een denkbeeldige rechte lijn die je trekt tussen de twee tegenoverliggende randen van de lens. Je kunt het zien als de 'diepte' of 'boog' van de lens.
Deze maat is vooral belangrijk bij vormvaste (harde) lenzen en bij speciale zachte lenzen zoals scleralenzen. De sagittale hoogte bepaalt hoe de lens op je oog rust: een hogere SAG-waarde betekent een steilere, diepere lens die verder van het hoornvlies afstaat, terwijl een lagere SAG-waarde een vlakkere lens oplevert die dichter op het oog ligt.
De SAG wordt uitgedrukt in millimeters en hangt samen met de basiscurve, de diameter van de lens en de vorm van je oog. Twee lenzen met dezelfde basiscurve kunnen een verschillende sagittale hoogte hebben als hun diameter verschilt. Daarom gebruiken opticiens en contactlensspecialisten de SAG-waarde om een lens nauwkeurig af te stemmen op de vorm van jouw oog.
Bij scleralenzen, die groter zijn en op het oogwit (sclera) rusten in plaats van op het hoornvlies, is de sagittale hoogte cruciaal. De lens moet voldoende ruimte bieden tussen de binnenkant van de lens en het hoornvlies, zodat er een vloeistoflaag kan blijven zitten die het oog comfortabel houdt en de lens stabiel op zijn plek blijft.