Oogdruk meten, ook wel tonometrie genoemd, is een onderzoek waarbij de druk in je oogbol wordt bepaald. Die druk ontstaat door het vocht (kamerwater) dat voortdurend in je oog wordt aangemaakt en weer afgevoerd. Een gezonde oogdruk ligt meestal tussen de 10 en 21 mmHg (millimeter kwikdruk), maar die waarde kan per persoon verschillen.
Een verhoogde oogdruk kan wijzen op glaucoom, een aandoening waarbij de oogzenuw geleidelijk beschadigd raakt. Niet iedereen met een hoge oogdruk krijgt glaucoom, en niet iedereen met glaucoom heeft een hoge oogdruk, maar de meting is wel een belangrijk hulpmiddel bij de opsporing en controle van de aandoening.
Hoe wordt de oogdruk gemeten?
Er bestaan verschillende meetmethoden. De meest gebruikte zijn:
- Luchtpuftonometrie (non-contact tonometrie): een korte luchtstoot wordt tegen je hoornvlies geblazen. Het apparaat meet hoe het hoornvlies reageert en berekent daaruit de oogdruk. Deze methode is snel en vereist geen verdoving.
- Applanatietonometrie (Goldmann-tonometrie): na verdoving met oogdruppels wordt een klein meetkopje voorzichtig tegen je hoornvlies geplaatst. Deze methode wordt vaak gebruikt door oogartsen en geldt als de standaard bij een nauwkeurige meting.
- Rebound-tonometrie: een klein sondeertje tikt heel kort tegen je hoornvlies. Deze methode wordt soms gebruikt bij kinderen of in de thuissituatie.
De meting zelf duurt maar een paar seconden en is meestal niet pijnlijk.
Waarom wordt de oogdruk gemeten?
Een oogdrukmeting wordt vaak uitgevoerd tijdens een routinecontrole bij de opticien of oogarts, vooral vanaf je veertigste of als er glaucoom in de familie voorkomt. De meting helpt om een verhoogde oogdruk vroegtijdig op te sporen, zodat je oogarts indien nodig verder onderzoek kan doen of een behandeling kan starten. Een enkele meting zegt niet alles; soms zijn meerdere metingen op verschillende momenten nodig om een goed beeld te krijgen.