Monovisie contactlenzen zijn een manier om ouziendheid (presbyopie) te corrigeren zonder dat je een multifocale lens of leesbrief nodig hebt. Bij monovisie draag je in elk oog een lens met een andere sterkte: je dominante oog krijgt een lens voor scherp zien in de verte, en je niet-dominante oog krijgt een lens voor scherp zien op leesafstand.
Je hersenen schakelen automatisch tussen beide ogen, afhankelijk van waar je naar kijkt. Kijk je naar de horizon of naar een bord in de verte, dan gebruik je vooral je verre oog. Lees je een boek of kijk je op je telefoon, dan nemen je hersenen de informatie van je nabije oog over. Dit proces heet neurale adaptatie en vergt meestal een gewenningsperiode van enkele dagen tot weken.
Monovisie wordt vaak toegepast bij mensen vanaf ongeveer 40 jaar, wanneer de ooglens minder soepel wordt en het scherpstellen op korte afstand moeilijker gaat. De methode werkt met alle soorten contactlenzen: zachte daglenzen, maandlenzen of vormvaste lenzen. Je opticien of optometrist bepaalt welk oog het beste geschikt is als dominant oog en welke sterkteverschillen voor jou comfortabel werken.
Niet iedereen went even gemakkelijk aan monovisie. Sommige mensen ervaren in het begin verminderd dieptezicht of een licht wazig beeld, vooral bij activiteiten die veel diepteperceptie vragen, zoals autorijden in het donker of sporten. Daarom is een proefperiode gebruikelijk, zodat je kunt beoordelen of de methode bij je past.