Lensstabilisatie zorgt ervoor dat een contactlens niet vrij ronddraait op je oog, maar in een vaste oriëntatie blijft liggen. Dat is vooral belangrijk bij torische lenzen voor astigmatisme en bij multifocale lenzen, omdat de correctie dan precies op de juiste plek moet zitten om scherp te kunnen zien.
Bij een gewone sferische lens maakt de draairichting niet uit, omdat de sterkte overal hetzelfde is. Maar een torische lens heeft verschillende sterktes in verschillende richtingen, en een multifocale lens heeft zones voor veraf en dichtbij. Als zo'n lens draait, verschuift de correctie en wordt je zicht wazig, dubbel of vervormd.
Hoe werkt lensstabilisatie?
Fabrikanten gebruiken verschillende ontwerpen om een lens te stabiliseren:
- Prismaballast: de onderkant van de lens is iets dikker en zwaarder, waardoor de zwaartekracht de lens naar beneden trekt en in positie houdt.
- Dubbele dunne zones: dunne gebieden boven en onder de lens, waar de oogleden de lens vasthouden en centreren bij het knipperen.
- Afgeknotte onderkant: de lens heeft onderaan een recht afgesneden randje dat tegen het onderste ooglid rust.
- Dynamische stabilisatie: een combinatie van verdikkingen en verdunningen over de lens, die samenwerken met de ooglidbeweging om de lens snel terug te laten keren naar de juiste positie.
Elk merk en type lens kan een eigen stabilisatiemethode gebruiken. De meeste moderne torische lenzen zijn zo ontworpen dat ze binnen enkele seconden na het inzetten of knipperen terugkeren naar de juiste positie.
Waarom is de juiste positie belangrijk?
Bij astigmatisme loopt de kromming van je hoornvlies in een bepaalde richting, de as. Een torische lens compenseert dat door op precies die as een andere sterkte te hebben. Als de lens een paar graden draait, valt de correctie niet meer samen met de as van je astigmatisme, en zie je minder scherp. Hetzelfde geldt voor multifocale lenzen: de leeszone moet voor je pupil liggen, anders kijk je door het verkeerde deel van de lens.