Als je je contactlens plotseling niet meer voelt of ziet, is de lens meestal verschoven onder je boven- of onderooglid, of al uit je oog gevallen zonder dat je het merkte. Dit gebeurt bijvoorbeeld als je je oog wrijft, hard knippert, of als de lens droog wordt en niet goed meer op het hoornvlies blijft zitten.
Een veelgehoorde zorg is dat de lens achter het oog zou kunnen verdwijnen. Dat is anatomisch onmogelijk: het bindvlies, het slijmvlies dat de binnenkant van je oogleden bekleedt, sluit rondom aan op de oogbol. Er is geen ruimte achter het oog waar een lens naartoe kan glijden.
In de meeste gevallen ligt de lens verscholen onder het bovenste ooglid, waar je hem niet direct voelt. Soms is de lens al uit het oog gevallen en ligt hij op je wang, kleding of op de grond.