Bij een fundusonderzoek kijkt de oogarts of optometrist door je pupil naar de binnenkant van je oog. Deze binnenkant wordt de fundus of oogbodem genoemd. Het onderzoek richt zich vooral op het netvlies, de oogzenuw (papil), de macula en de bloedvaten die door het netvlies lopen.
De professional gebruikt hiervoor een speciaal instrument, meestal een oftalmoscoop of een spleetlamp met een speciale lens. Soms wordt je pupil eerst verwijd met oogdruppels, zodat er een beter zicht ontstaat op de achterste structuren van het oog. Een verwijde pupil geeft meer ruimte om het hele netvlies te bekijken, ook de randen.
Het fundusonderzoek is een standaard onderdeel van een uitgebreid oogonderzoek en wordt ingezet om afwijkingen, beschadigingen of veranderingen in het netvlies of de oogzenuw op te sporen. Het is een niet-invasieve methode en veroorzaakt geen pijn, al kan het licht van het instrument even fel aanvoelen.